Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De rijkdom in de wereld is feitelijk oneindig"

— waarlijk? Dan schijnt het mij dat de armen met meer reden dan ooit te voren mogen vragen: Waarom hebben wij niet ons deel aan die Oneindigheid? Wij dachten, arme onnoozele zielen als wij waren, dat wij alleen maar de laatsten waren bij het gegrabbel; wij 'berustten, meenende dat één de laatste en één de eerste moet zijn. Maar als de hoeveelheid goede zaken' onuitputtelijk is en er paarden zijn voor iedereen, — waarom zit dan niet elke bedelaar te paard! En, wat mijzelf betreft, waarom zou men mij zoo dikwijls de vraag doen

— die ik moede ben telkens en telkens weer te beantwoorden — „Hoe zullen wij met onze aangroeiende bevolking zonder Machines kunnen leven?" Want als de rijkdom reeds oneindig is, waarvoor zijn dan machines noodig ten einde meer voort te brengen ? Helaas, als ze maar meer konden voortbrengen, welke een andere wereld zou het dan kunnen zijn. Arkwright en Stephenson zouden dan. inderdaad standbeelden verdienen. Als al de stoomwerktuigen in Engeland en al de steenkool, die er in zit, met al hun paarde- en ezelskrachten ook maar één graankorrel konden voortbrengen! Den laatsten keer dat deze onophoudelijk terugkeerende vraag over de machines mij gedaan werd, was het zeer ernstig en oprecht en dringend door een fabrikant, die van ganscher harte verlangde om op zijn wijze te doen wat nuttig voor Engeland was en' eervol voor zichzelf. Ik antwoordde eenigszins uitvoerig in particuliere brieven en vroeg, en verkreeg, zijn toestemming om enkele stukken daarvan in Fors op te nemen. Zij kunnen geschikt in dit nummer hun plaats vinden.

Onderzoek, zoo schreef ik, de feiten betreffende Engeland. Het heeft een uitgestrekt bezit aan grond, die nog altijd voedsel voortbrengt in ver-

Sluiten