Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben een klare kennis van wat genade is, of wat de werken der duisternis zijn, welke zij hopen door genade weg te werpen; hoevelen zullen zich in het komende jaar gewapend voelen met een meer lichtgevend pantser dan hun gewone jassen en toga's, broeken en hoeden? Of, wanneer hun gezegd wordt „geen gemeenschap te hebben met de onvruchtbare werken der duisternis, maar ze integendeel te bestrijden", — welke gemeenschap erkennen zij zelve schuldig gesloten te hebben, en wien of wat zullen zij zich geroepen voelen te bestrijden?

Waarom vraagt gij in dit gebed, dat gij deze vier weken voor Kerstmis telkèns en telkens herhaalt, om wapenrusting in plaats van om nijverheid ? Gij trekt uw jas uit wanneer gij in uw eigen tuin gaat werken; waarom moet gij een maliënkolder aandoen, wanneer gij in den tuin van God werken gaat?

Wel, omdat de aardwormen daar groot zijn,

en tanden en klauwen hebben, en giftige tongen. Zoodat inderdaad de eerste vraag voor u is, niet of gij geneigd zijt daar te werken — menig lafaard is dat — maar of gij moed hebt om er te blijven, en een wapenrusting, voldoende beproefd om daarmee stand te houden.

Onderstelt dat gij den goedkeurenden toeschouwer, die zorg droeg voor de kleeren welke afgelegd waren om dat werk aan Stefanus te doen, u laat uitleggen de wapenen uit Michaëls Arsenaal, die noodig zijn voor den landman, of Georgos! van Gods tuin.

„Staat dan; uwe lendenen omgord hebbende met de Waarheid."

Dat beteekent, dat de sterkte van uw ruggegraat afhangt van uw bedoeling een eerlijken strijd te strijden.

Sluiten