Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor hen? Het tiende deel kan heel wel ter zijde gelegd worden voor een speciaal doel — voor het onderhouden van een priesterschap, of — zooals door het St. George Gilde — voor toekomstig werk, of eenig ander doel buiten hun eigen onmiddellijke sfeer van actie. Maar aan de Liefdadigheid en liefdegiften der menschen — aan Liefde en aan den God van Liefde zijn zij al hun vermogen schuldig — en al hun kracht — en al hun tijd. Dat is het eerste gebod: „Gij zult liefhebben den Heer uwen God met geheel uwe kracht en geheel uwe ziel." Ja, zegt de valsche discipel — maar niet met al mijn geld. En van dezen staat er geschreven na het drie-en-dertigste vers van Lucas XIV:

„Het zout is goed; maar indien het zout smakeloos geworden is, is het noch voor het land, noch voor den mesthoop geschikt. Wie ooren heeft om te hooren, die hoore."

Nu zijn de Gelijkenissen van het Nieuwe Testament zóó gemaakt, dat zij voor menschen in deze hoovaardige gemoedsgesteldheid noodwendig misleidend zijn. Het is heel erg dat het zoo moest zijn, maar het is een feit. Waarom het bidden moest geleerd worden door het verhaal van den onrechtvaardigen rechter, het gebruik van de gunstige gelegenheid door dat van den onrechtvaardigen rentmeester, en het gebruik van de gaven Gods door dat van den straffen man die maaide waar hij niet gezaaid had, — geen menschelijk schepsel is wijs genoeg om dat te weten; — maar daar zijn de valstrikken gelegd; en elke trage rechter, en elke bedriegende dienstknecht, en elke inhalige woekeraar kan zichzelven in deze gelijkenissen gerechtvaardigd zien.

„Gij wist dat ik een straf mensch ben." Ja — en .indien God een straffe God was en maaide

Sluiten