Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Uit den mond der kinderen en der zuigelingen hebt gij U lof toebereid om Uwer tegenpartijen wille, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.

4. Als ik Uwen hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij gegrondvest hebt.

5. Wat is de mensch, dat Gij zijner bedenkt, of de Zoon des menschen, dat Gij hem bezoekt?

6. En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, en hebt hem met eere en heerlijkheid gekroond, en doet hem heerschen over de werken Uwer handen.

7. En Gij hebt alles onder zijne voeten gezet, schapen- en ossen, en alle die, ook mede de dieren des velds.

8. De vogelen des hemels en de visschen der zee; en al hetgeen de paden der zee doorwandelt.

9. O Heere, onze eigen Heere, hoe bewonderenswaardig is Uw Naam op de gansche aarde!"

Merkt op in vers 1 en 9 — Domine, Dominus noster; onze eigen Heer, — Kurië, ho Kurios hêmoon — aldus aanspraak makend op Gods Vaderschap. Het „Heer onze Heerscher" uit het Gebedenboek doet geheel en al de beteekenis verloren gaan. Hoe bewonderenswaardig is Uw Naam! thaumaston, wonderlijk, gelijk in Jesaja. „Zijn naam zal genoemd worden Wonderlijk, Raad." Onze vertaling „heerlijk" doet weer de beteekenis verloren gaan.

Vers 2. — Uwe Majesteit. Letterlijk „uwe grootheid in werken" (Grieksch megaloprepeia) onderscheiden van enkel „roem" of grootheid in naam.

Vers 3. — De beteekenis van dit moeilijke vers wordt verklaard in Matt. XXI : 16. En ook dit vers, gelijk al de andere leeringen van Christus, staat open voor een schrikwekkende wan-verkla-

Sluiten