Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn de eenige nieuwigheden van beteekenis; en deze zijn zoo genadiglijk bedekt door de mooie boomen van hun tuinen, dat de voorbijgaande reiziger er niet door ontsteld wordt; en ik kan dit stuk weg nog op en neer wandelen, me verbeeldend dat ik zeven jaar ben.

\ Ons huis was een vierde gedeelte van een huizengroep, die precies op den top van een heuvel staat waar de grond voor een kleine uitgestrektheid horizontaal loopt. Dit blok bestond uit twee precies gelijke tweelingparen van huizen, — tuinen en alles gelijk; nog de twee hoogste huizenblokken, gezien van Norwood, op den top van den heuvelrug die oprees met een onbelemmerde schoonheid van wouden en grasvelden, boven de Dulwich-velden.

Het huis zelf, drie verdiepingen hoog met vlieringen daarboven, bood in die betrekkelijk rooklooze dagen van uit de bovenste vensters een merkwaardig schoon uitzicht, op de Norwood-heuvelen aan den eenen kant en den winter-zonsopgang daarover, — en op het dal van den Theems, met Windsor in de verte, aan den anderen kant en den zomer-zonsondergang daarover. Het had voor en achter een tuin, die in een goede verhouding was met zijn grootte; het voorgedeelte rijk beplant met heesters en mooi uitgegroeide seringen en goudenregen; het achtergedeelte, ongeveer zeventig meter lang bij twintig breed op den ganschen heuvel beroemd om zijn peren en appels, die met uiterste zorg door onzen voorganger gekozen waren (schandelijk van mij om den naam te vergeten van iemand aan wien ik zooveel te danken heb !) ; verder stonden er een oude, sterke moerbezieboom en een paar groote kerseboomen, en rondom een bijna niet onderbroken heg van kruisbesse- en aalbessestruiken, die te hunner tijd getooid waren (want de grond was er zeer yrucht-

/

Sluiten