Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik een klein, druk, tevreden, eigenwijs Cock-Robinson-Crusoë soort van leven te leiden in het middelpunt dat ik, naar het mij voorkwam (en zooals het noodwendig aan geometrische dieren moet voorkomen), in het heelal innam.

Dit was gedeeltelijk de fout van mijns vaders bescheidenheid, en gedeeltelijk van zijn trots. Hij had zóóveel meer vertrouwen in het oordeel van mijn moeder betreffende deze dingen dan in zijn eigen, dat hij het nooit waagde haar te helpen, veel minder te dwarsboomen in de gedragslijn voor mijn opvoeding; aan den anderen kant — daar hij het vaste voornemen had een geestelijke van mij te maken met de fijnste manieren en die toegang had tot de hoogste kringen van materieele en geestelijke samenleving — werden de bezoeken aan mijn tante en nichtjes te Croydon, van wie ik recht veel hield, meer en meer zeldzaam; omgang met onze buren op den heuvel kon niet plaats hebben dan door onze geregelde en prettige zelfzuchtige levenswijze te verstoren; en over 't geheel had ik geen ander levend wezen om er kinderlijk mijn zorg aan te wijden dan mijzelf, een paar mierennesten, die de tuinman nooit voor mij met rust wou laten, en een enkelen vriendelijken vogel, hoewel ik nooit volhardingsjiin had om er een wezenlijk tam te maken. Maar dat kwam gedeeltelijk doordat telkens als ik het zoover gekregen had, dat er één mij een beetje vertrouwde, de kat hem te pakken kreeg.

Onder deze gunstige omstandigheden heehtte zich al de verbeeldingskracht, die ik mocht bezitten, aan onbezielde dingen — de lucht, de bladeren en keisteenen, die binnen de muren van Eden zichtbaar waren, of opgevangen bij elke gelegenheid van vlucht in de streken der romantiek, bestaanbaar met de weerstrevende realiteit van een

Sluiten