Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelezen Edinburgsch gehoor, toen hij een jongen van zestien jaar was en zij op den ernstigen leeftijd van twintig, een voorbeeldige huishoudster, en met een groote minachting en religieus wantrouwen op 't punt van tooneelzaken. Maar zij was nooit moede, inwater jaren, mij te vertellen hoe mooi mijn vader er uitzag in zijn Hooglander costuum met groote, zwarte veeren.

Ik herinner mij nu niets meer van het verhaal, dat hij mij placht te vertellen; maar het schilderij heb ik nog, en hoop het eenmaal in de school te Oxford te laten, waar het — als ik mijn serie van illustratiewerk voor algemeene verwijzing kan voltallig maken — wel van eenig nut zal zijn als voorbeeld van een ouderwetsche methode van waterverf-schilderen, die niet zonder voordeden is; en tegelijkertijd van de daarin liggende gevaren voor jonge leerlingen, om hun kasteelen te geel te maken en hun visschers te blauw.

In den namiddag, als mijn vader, altoos stipt op zijn tijd, terugkeerde van zijn zaak, gebruikte hij om halfvier het middagmaal in de voorkamermijn moeder zat dan bij hem om de gebeurtenissen van den dag te vernemen en raad en bemoediging te geven; — vooral de laatste, want mijn vader was geneigd zich te verontrusten als de besteMingen van sherry ook maar een beetje minder dan gewoonlijk waren, zelfs al was het maar voor een dag of twee. Ik was evenwel op dit uur nooit binnen en vertel slechts wat ik weet van hooren zeggen en uit waarschijnlijke onderstelling; want tusschen vier en zes zou het zeer onbehoorlijk van mij geweest zijn als ik zelfs maar de kamerdeur genaderd was. Daarna waren wij 's zomers in den tuin zoolang de dag duurde, dronken thee onder • den kerseboom, of 's winters en bij ruw weer om zes uur m het salon. Ik kreeg mijn kopje melk en

Mensch en Maatschappij 5

Sluiten