Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat de menschen Zijn boek noemden, niet onderhoudend. Ik had ook geen speelmakkers om mee te kibbelen, niemand om mij te helpen en niemand om te danken. Geen dienstbode mocht ooit iets voor mij doen dan alleen wat plicht was; en waarom zou ik de keukenmeid dankbaar zijn geweest voor het koken, of den tuinman voor het verzorgen van den tuin, — waar de een mij niet een gebakken aardappel durfde geven zonder verlof te vragen, en de ander mijn mierennesten niet met rust wilde laten, omdat ze de voetpaden slordig maakten? Het slechte gevolg hiervan was evenwel met dat ik zelfzuchtig of liefdeloos opgroeidemaar dat, toen affectie ontwaakte, zij kwam met een hevigheid, alles overheerschend en onbetoombaar, ten minste voor mij, die nooit te voren iets te betoomen had gehad.

Want (tweede der voornaamste rampen) ik had mets te verduren. Gevaar of pijn, van welke soort ook, kende ik niet; mijn kracht werd nooit geoefend, mijn geduld nooit op proef gesteld, mijn moed nooit gesterkt. Niet dat ik ooit bang voor iets was, — 't zij voor spoken, voor donder of voor beesten; en een van de dichtste naderingen tot ongehoorzaamheid, waartoe ik ooit als kind werd verleid, was een hartstochtelijke poging om verlof te krijgen met de jongen van den leeuw uit Wombwell's beestenspel te spelen.

Ten derde. Men leerde mij geen correcte manieren of beleefdheidsvormen ; het was voldoende als ik in de kleine wereld, die wij zagen, niet hinderlijk was, en op een vraag antwoordde zonder beschroomdheid: maar de schroom kwam later en nam toe hoe meer ik mij bewust werd van de onbeholpenheid, die voortspruit uit het gebrek aan maatschappelijken tucht, en zag dat het onmogelijk was op meer gevorderden leeftijd handigheid te

Sluiten