Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den laatsten keer» dat ik ooit zag die nobele en waardige Lady."

Nu, opdat gij deze passage goed zult verstaan, bezweer ik u in den naam van St. George en alle heiligen, — van Eduard III en alle ridders, — van Alice van Salisbury en alle smettelooze vrouwen en van Jeanne d'Arc en alle smettelooze maagden, dat gij terstond uit uw hoofd zet elke gedachte, die zich direct zou opdringen aan den modernen romanschrijver en romanlezer betreffende deze zaak — namelijk dat het jonge meisje verliefd was op haar leermeester. Zij houdt van hem op de rechte manier, zooals alle goede en edele jongens en meisjes van goede meesters houden, — en niet anders; — zij is hem dankbaar, op de rechte manier en niet anders; — gelukkig met hefa en haar boek — op de rechte manier en niet anders.

En dat haar vader en moeder — met welke bijmenging van menschelijke zelfzucht en heftige onaangenaamheid dan ook in de wijze en hevigheid van hun handelen jegens haar — toch niettemin hun kind noodzaakten om alles wat zij deed te doen — op de rechte manier en niet anders, was in waarheid — ofschoon zij op dien leeftijd het zelf slechts gedeeltelijk wist — de letterlijk kronende en leidende Genade van haar leven, — de gevlochten doorn op het voorhoofd, en de gewortelde doorn rond de voeten, die de schatting zijn van de Aarde voor de Prinsessen van den Hemel.

Sluiten