Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wien-ooft geleerd is, of die voor zichzelf kan uitvinden wat een heilige wensch beteekent, of wat een goede raadgeving beteekent, of wat een rechtvaardig werk beteekent, — of wat de wereld is, of wat de vrede, dien zij niet geven kan. En een half uur nadat zij God beleedigd hebben door tot Hem te bidden in deze doodste aller doode talen — niet verstaan door het volk — verlaten zij de kerk, zelf bevredigd in het onveranderd besluit om hun natuurlijke begeerlijkheid niet in het minst te beteugelen, naar hun eigen opinies te bandelen, ^of ze goed of slecht zijn, en alles te doen, waardoor ze geld kunnen maken, of het rechtvaardig of onrechtvaardig is.

Het gebed in zijn zuiveren tekst is essentieel inderdaad een kloostergebed, maar het is geschreven voor het groote Klooster der Dienaren Gods, die de wereld haat. Het kan slechts door dezen eerlijk worden uitgesproken, en ook nooit anders beantwoord worden dan met vrede die hun is toegezegd, „niet gelijk de wereld dien geeft".

Het karakter van dezen vrede is niet, dat men zonder oorlog is, maar kalm te midden van den oorlog; en niet dat men zonder vijanden is, m\ar zonder vrees voor hen. Het is een vrede zonder smart omdat hij slechts wenscht wat heilig is; zonder angst omdat hij slechts denkt wat goed is; zonder teleurstelling omdat een rechtvaardig werk altijd slaagt; zonder droefheid, want „die Uwe Wet beminnen, hebben grooten vrede, en zij hebben geenen aanstoot"; zonder verschrikking want de God des oorlogs is zijn schild.

Voor zoover in het tegenwoordige Engeland levende zielen de woorden van deze bede met vol begrip kunnen gebruiken, zijn zij reeds, bewust of onbewust, metgezellen van alle goede arbeiders in Gods wijngaard. Voor hen, die ze eerbiedig uit-

Sluiten