Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van onafhankelijk fortuin zijn, die, gaven en bekwaamheid bezittend, die gaven aan den dienst der Vereeniging. willen wijden. De eerste voorwaarde van hun benoeming tot landheer zal zijn, dat zij evenwel beter kunnen werken op het land dan hun arbeiders, als een ridder vroeger beter opereerde in den oorlog dan zijn soldaten. Er is geen regel voor heerschappij, die ooit dezen eeuwigen, natuurlijken en goddelijken kan vervangen. Hooger bij het hoofd, breeder in de schouders, en kloeker van wil dan degenen die hij regeert, moet de heer van het land zijn; en dagelijks moet hij aan hun hoofd werken.

En wat ben ik zelf dan, zwak en oud, dat ik de leiding van dit alles op mij neem of er aanspraak op maak? God verhoede dat ik er aanspraak op zou maken; het wordt mij opgelegd en opgedrongen ten uiterste tegen mijn wil, ten uiterste tot mijn droefheid, en, in menig opzicht, ten uiterste tot mijn schaamte. Maar ik heb geen ander in Engeland gevonden en niemand in Europa, die bereid is om de leiding op zich te nemen, — of zelfs wenscht zich bekwaam te maken om haar te kunnen aanvaarden. Zóó als ik ben, tot mijn eigen verbazing, sta ik — voor zoover ik zien kan — alleen met mijn overtuiging, hoop en voornemen in de wildernis van deze moderne wereld. Grootgebracht in weelde, die ik zie dat onrechtvaardig is geweest tegenover anderen en vernietigend voor mijzelf; wankelend, dwaas, en ellendiglijk falend in de leiding van mijn eigen leven — en hopeloos voortgedreven door stormen van hartstocht — ik, een man gekleed in zachte kleederen — ik, een riet van den wind bewogen, zie nog deze Boodschap voor allen opnieuw mij toevertrouwd: „Ziet, reeds is de bijl aan den wortel der boomen gelegd. Elke boom dan, die geene goede vrucht

Sluiten