Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtsgeleerde, die de voorwaarden van associatie opmaakte. „Gij moet geen fonds voor liefdadigheid stichten, het zal zeker tot allerlei misbruiken leiden, en in verkeerde handen komen."

Zeker, — naar enkel menschelijke waarschijnlijkheid kan het dat. Waarachtig bemerk ik en erken ik, met overtuigde smart, dat ik leef te midden van een volk van dieven en moordenaars; dat ieder rondom mij tracht ieder ander te bestelen, en dat niet moedig en openlijk, maar op de lafste en verfoeilijkste manieren van bedrieglijken handel; dat „Engelschman" thans slechts een ander woord is voor oplichter en zwendelaar, en Engelsche eer en hoffelijkheid zijn veranderd in de kuiperij en de glimlachen van een uitgescholden marskramer, een onverstaanbaren Autolycus, met een stoomlier in plaats van een stem. Dit alles zij zoo; het zij zoo naar den hartelust — of lever- en gal-lust — van eiken modernen economist en filosoof. Toch vertrouw ik nog in waarheid, dat ik uit deze verdervende massa schuim der aarde hier en daar een verdronken eer bij de haren zal kunnen opvisschen, en geschreven orders kan nalaten voor heilzame daad, en verzamelde gelden om haar te volvoeren, die zullen gehoorzaamd en bewaard worden nadat, ik ben heengegaan, en die geenszins zullen vallen in de macht van den bedelaarstroep, die, te lafhartig om in het aangezicht der levenden te bedelen, de aalmoezen der dooden steelt, en de oogenschijnlijk onvereenigbare karakters van bedelaar en dief vereenigt, het mengsel toebereidend met heiligschennis.

Beetje bij beetje dus, als mijn leven voor mij gespaard blijft (en als ik sterf, twijfel ik niet of een ander zal opgeroepen worden in mijn plaats) — beetje bij beetje zullen ik, of zij, geld en gron-

Sluiten