Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ *

noeg meer om „Meester, Meester" te zeggen — zal Hij u dat niet aanrekenen.

Begint dus „vandaag" — (wat, naar ge in het voorbijgaan moogt opmerken, het sein- of wachtwoord is van uwen tegenwoordigen leider) — goed werk voor Hem te doen — hetzij gij leeft of sterft (ziet de eerste belofte die van u gevraagd werd Brief II, pag. 36, uitgelegd in Brief VII, pag. 100) en zorgt er voor dat elke streek van dit werk — of hij zwak of krachtig is — dus gedaan zal worden in liefde voor God en uw naaste, en in haat tegen hebzucht. Opdat gij deze moogt haten, nauwkeurig, wijselijk en terdege, is het noodig dat gij door en door zult weten, wanneer gij haar ziet of voelt. Laat mij u dus verzoeken in eens duidelijk te begrijpen wat hebzucht is door de volgende definitie te overdenken.

Hebzucht is het verlangen om meer te bezitten dan wij hebben van een goede zaak, welke ook, waarvan wij reeds genoeg hebben voor ons eigen gebruik (huis bij huis voegend, en land bij land). Het hangt nauw samen met trots, maar meer met onrustigheid van geest en verlangen naar nieuwigheid, veel waargenomen bij kinderen wien hun speelgoed verveelt en die nieuw willen hebben. Het pleizier, om dingen „voor zichzelf" te hebben, is een zeer subtiel element er in. Toen ik mijn Loire serie van Turner aan Oxford schonk, dacht ik verstandig genoeg te zijn ze evenzeer in de UniversiHeitsgalerïj te genieten als in mijn eigen studeerkamer. Maar volstrekt niet! Ik bemerk, dat ik het gezicht er van in de galerij niet kan uitstaan, omdat ze niet langer „van mij" zijn.

Merkt nu op dat uw geloofsbelijdenis voor het St. George Gilde zegt, dat gij gelooft in den adel der menschelijke natuur, — dat wil zeggen, dat al onze natuurlijke instincten eervol zijn. Alleen,

Sluiten