Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevelen te beredeneeren in plaats van te gehoorzamen.

2. De eerste plicht van een regeering is te zorgen dat het volk voedsel, brandstof en kleeding heeft. De tweede, dat het middelen heeft voor moreele en intellectueele opvoeding.

3. Voedsel, brandstof en kleeding kunnen alleen" uit den grond of uit de zee verkregen worden door spier-arbeid, en geen mensch heeft recht op een van deze dingen tot hij, indien hij daartoe in staat is, zooveel lichamelijken arbeid heeft verricht als noodig is om zijn portie voort te brengen, of een gelijkwaardig nut (zooals het werk van een heelmeester of dokter) aan het leven heeft gegeven. Het bespaart zeer zeker arbeid en tijd beide dat de één graaft, de ander bakt en een derde looit, maar de graver, bakker en looier zijn gelijkelijk verplicht hun gelijke dagtaak te volbrengen ; en het is de zaak der regeering toe te zien dat ze haar volbracht hebben vóór ze aan één van hen zijn middagmaal geeft.

4. Daar de dagelijksche leering van Gods waarheid, het volbrengen van Zijn rechtvaardigheid, en 't heldhaftig dragen van Zijn zwaard geëischt worden van elke menschenziel overeenkomstig hare bekwaamheid, moet het huurling-beroep van prediken, wetgeven en vechten geheel afgeschaft worden.

5. Geleerden, schilders en musici kunnen we gevoeglijk er op nahouden, op behoorlijk rantsoen, om de arbeiders bij of . na hun werk te leeren of aangenaam bezig te houden, mits deze taak streng beperkt blijft tot hen die hooge bijzondere gaven

Sluiten