Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den anderen kant, als de armen door ons toedoen gelukkig en goed zijn, hebben de rijken een groote kans ook het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan, als zij eervol en welvoeglijk willen leven.

7. Daar allen voor hun levensonderhoud moeten arbeiden en het niet mogelijk is te arbeiden zonder grondstoffen en werktuigen, moeten deze door de regeering aan ieder verschaft wordenK in de nobdige hoeveelheden. Als er steenen gemaakt moeten worden, moet er leem en stroo verschaft; indien schapen moeten gehouden worden, gras; indien kleeren moeten gemaakt, laken; indien touw moet geplozen, oud touw. Al deze grondstoffen, met de werktuigen om ze te bewerken, moeten door het gouvernement eerst kosteloos den arbeider verschaft worden; de waarde er van wordt later terugbetaald als de-eerste vruchten van zijn arbeid; en geen lombardhouders of woekeraars mogen leven van het verhuren van de zee aan visschers, de lucht aan vogelaars, den grond aan boeren, een herderstaf aan herders, of een blaasbalg aan smeden.

8. Wanneer landen en zeeën, aan een natie toe-

schadelijke begeerlijkheden, welke de menschen doen verzinken in verderf en ondergang" en doorHoratius

„Quanto quisque sibi plura negaverit Ab Dis plura feret." De passage zou bij den eersten aanblik onvereenigbaar kunnen schijnen met wat boven gezegd is over de ontaarding, welke voortdurend zwoegen meebrengt. Maar zwaar werk en armoede zijn twee verschillende dingen. Armoede adelt en beveiligt, zwaar werk verlaagt en brengt in gevaar. Wij zijn allen verplicht ons werk te doen, maar alleen gelukkig als wij ook tot onze rust kunnen komen.

Sluiten