Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk vergat, mijn aandacht wijdende aan het land op een voor mij nieuwe lijn, 't welk spoedig onder stralen gebroken zonlicht uiterst belangwekkend werd. Azuurblauw-groene velden van hoog, dicht koren; golvingen van zandsteenheuvels met hier en daar een gebroken rots aan den kant van een afgraving; dan weer vormden het flikkeren van de Solway-achtige zandstreek van Dee en de geronde golvingen van de Welsh-heuvels aan den zuidelijken horizon een landschap frisscher en schooner dan ik sinds langen tijd zag op eenige groote Engelsche spoorweglijn.

Toen ik naar mijn mede-reiziger omzag, was hij bezig zich in zijn volle lengte uit te strekken op het kussen van zijn bank met zijn schoenen op zijn „Graphic", — stellig niet om de kussens te sparen, maar met de onhebbelijke moderne onverschilligheid voor alles waarmee we voor 't oogenblik „gedaan" hebben; — zijn gezicht bewolkt met naargeestige gedachten als van iemand die in hopelooze moeilijkheden zit, en niet in staat is het op te geven om te bedenken, hoe hij het onontkoombare zal ontkomen.

Een of twee minuten later bevond ik mij, verloren in een algemeene verwarring en maalstroom van kruiers, passagiers en handwagens, die om de hoeken tegen iemands beenen reden, op het perron van het groote station te Chester. Een eenvoudig gekleed meisje uit den deftigen stand, van zestien of zeventien jaar, dat voorzichtig en behendig haar kleine zusje door het gedrang geleidde, ^ was het. eerste menschelijke wezen dat ik nog gezien "had, op wie de blik kon rusten zonder pijnlijke gewaarwording. De rest van de foule was eenvoudig een akelige gistende massa van Ellendigen. " .,

De trein naar Ruabon was vol, en ik was ge-

Sluiten