Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eind ook maar één oogenblik uit het raam.

Zij stapten uit te Corwen, mij aan mijzelf overlatend voor den rit langs het meer van Balav en door het Dojggjly-dal; maar bedroefder dan ik in den laatsten tijd ooit nog geweest was, in het gevoel van mijn volslagen vervreemd-zijn van de gedachten en levenswijzen van het tegenwoordige Engelsche volk. Want ik was volkomen zeker dat onder de gansche menigte levende schepselen, die ik dien dag gezien had — roode linten en al — er niet één was, tot wien ik een woord gesproken zou kunnen hebben over een onderwerp dat mij interesseerde, dat voor hen begrijpelijk ware geweest.

Maar de eerste algemeene som van feiten, om der wille waarvan ik deze dagbeschrijving geef, is dat -onder stellig niet minder dan zeven- of achthonderd menschen, door mij in den loop van dezen dag gezien, ik niet één gelukkig gezicht zag, en verscheiden honderden ganschelijk ongelukkig. De tweede algemeene som van feiten is, dat van de weinige niet gelukkige, — maar meer of minder geestrijke en aangename gezichten die ik onder de lagere en de handeldrijvende klassen zag, wat ze nog hadden aan leven en geest, eteunde op een bijzonder haan-op-een-mesthoop karakter van onbeschaamdheid, dat wees op een totale onbekwaamheid om te vatten eenig goed of liefelijk ding in deze wereld of een andere; en de derde som van feiten is, dat ik in dit rijke Engeland van de achthonderd menschen maar acht zag, die bevallig gekleed waren of nette manieren hadden. Maar het bijzondere teeken of profetisch gezicht van dien dag was voor mij de man met zijn schoenen op zijn „Graiphic" liggende. Er is mij vanmorgen een lang artikel uit de „Monetary Gazette" gestuurd over de dwaasheid van de moderne theorie dat de natie lijdt aan overproductie. De schrijver is zeer juist

Sluiten