Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw gebod geef ik ulieden: dat gij elkander haat."

Deze, mijn vrienden van Sheffield en elders, zijn de ontwikkelde wetten van uwe moderne beschaving, die, gelijk gij zult bemerken, naar alle waarschijnlijkheid niet lang van duur zal zijn. Maar de oude wetten (die Fors u enkel leert) zijn niet alleen zoo oud als Sinaï, maar nog veel duurzamer. De Hemel en zijne wolken, de aarde en hare rotsen zullen voorbijgaan, maar deze zullen niet vergaan. Alleen in hare ontwikkeling en volkomen handhaving van zichzelve, zullen zij ongetwijfeld in nieuwe richtingen werkzaam blijven, en gebieden nieuwe plichten of onthoudingen, van welke dat eenvoudige gebod — „Die gestolen heeft stele niet meer" — inderdaad een ietwat verwonderlijke onthouding zal zijn voor een groot aantal menschen, als ze zien dat anderen het volhouden en daardoor noodwendig, hoewel onwillig, moeten denken dat het misschien werkelijk den een of anderen dag ook voor hen gebiedend zal worden.

Gij zult u herinneren dat ik^ toen Mr. Greg zoo prettig aantoonde in de „Contemporary Review" hoe weldadig de rijken waren door champagne te drinken en hoe slecht de armen waren door bier te drinken (LX), hem vroeg het ééne punt van economische inlichting dat hij op zoo achtelooze wijze over 't hoofd had gezien aan te vullen — namelijk, hoe de champagne-drinker aan zijn champagne gekomen was. De arme man — op welk een onbevallige manier hij ook dronken moge zijn — heeft toch voor zijn bier gewerkt, en verdrinkt maar zijn loon. Ik vroeg natuurlijk naar een volledige parallel tusschen de twee gevallen, — welk werk de rijke verricht had voor zijn fonkelend bier, en hoe het kwam dat hij, zonder berispt te worden, het voor dat liefdadig gebruik kon

Sluiten