Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat ik gedurende onze gansche gedachtenwisseling in dit nadeel verkeerde dat zij mij met volkomen genoegen en openheid alles konden zeggen wat in hun hoofd was, maar ik niet kon zeggen, zonder veel vrees en aarzeling, wat in het mijne was. Van welke onuitgesproken spijtgevoelens dit het eerste en het laatste is f dat al het goede dat ze mij aantoonden en mij vertelden toch het Britsche moderne hoofd-idee insluit, dat de meester en zijn knechten tot twee verschillende klassen moeten belmoren, misschien wel trouw aan elkander verbonden en elkaar helpend, maar toch — de eene over 't geheel een hard leven leidend — de andere een gemakkelijk ; — de eene in zorg — de^ andere in genot; — de eene gesteund in haar onteerende levensomstandigheden door de hoop van zich er door heen te werken tot de hoogere, — de andere eervol onderscheiden door haar succes, en zich verheugend in hare ontkoming aan een leven dat niettemin altoos (naar zij veronderstellen) geleid moet worden door duizend tegen één1) van het Britsche volk. Terwijl daarentegen St. George, hetzij in Landbouw, Architectuur of Nijverheid, zich alleen bekommert om het leven van den werkman, daar alles op betrekt, — daar alles naar afmeet, — den Meester, Heer en Koning slechts beschouwt als een instrument voor de regeling daarvan, — van den Meester, Heer en Koning eischt een geheel deelen in en begrijpen van de bezwaarnis van dat leven, en zijn gemeenschap er mede als de eenige grondslag van gezag er over.

x) Ik gebruik dit niet als een rhetorische uitdrukking. Neemt de kleine winkeliers met hunne bedienden, en voegt daarbij het groote leger van de enkel hulpeloozen en ellendigen, en ik geloof dat „duizend tegen één" (van de onteerde en ongelukkige armen tegen de geëerde rijken) bevonden zal worden een zeer matig uitgedrukte verhouding te zijn.

II

Mensch en Maatschappij 12

Sluiten