Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man, die ander en los werk had, kon er zestien maken. Drie shillings in de week voor huur en belasting, liet, naar mijn berekening, voor belooning van hun gezamenlijken arbeid, als die voortdurend was en zijn opbrengst zorgzaam bespaard, jaarlijks vijf-en-vijf-tig pond over, waarvan ze zichzelf en zes kinderen moesten voeden en kleeden; acht zielen in hun kleine Worcestershire ark.

Niettemin hoor ik al mijn vrienden mij beklagen vanwege de ellende, waaraan ik van plan ben mijzelf te onderwerpen: namelijk te leven, op mijn eentje, van drie-honderd-zestig pond en niets er voor te doen dan de schoonheden van de natuur te beschouwen, terwijl deze twee arme vrouwen, met haar andere lotgenooten, een deel van hare drie shillings per week betalen om mij mijn jaar^lijksch dividend te verschaffen.

Toch was het niet in hoofdzaak haar arbeid waarom ik haar beklaagde, maar meer omdat haar smidse-kleed haar Engelsche schoonheid niet goed deed uitkomen, ja, de schoonheid zelve geschonden werd door het werk, zoodat zij voor de meeste menschen, die niet door den sluier en de schaduw heen konden gezien hebben, waren als haar Meester, en vorm noch bevalligheid hadden. En al den tijd dat ik ze gadesloeg, dacht ik aan twee andere Engelsche vrouwen van ongeveer denzelfden respectieven leeftijd, met wie ik een poosje geleden voor Edward Burne Jones' „Spiegel van Venus" gestaan had, in mijn hart de dofheid ér van betreurend, dat het met al zijn Vergeet-mij-nietjes niet vergeten wou de beelden die het droeg, en de schoonere en edelere terugkaatsing van haar oogenblikkelijk leven opnemend. ,Waren dezen hier dan — hare zusters, die voor een Venusspiegel "slechts hadden een hoop asch, omringd, niet met

Sluiten