Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en al ontkennend dat Christus en de Zusterschap van het Christendom „in het Vleesch" was gekomen.

Maar de waarheid is_zeer zeker deze, dat als eenig deel of woord van het Christendom* waar is, de letterlijke Broederschap in Christus waar is, in het Vleesch als in den Geest; dat wij, ieder van ons, door dezelfde wetten van teederheid verbonden zijn aan eiken Christenman en Christenvrouw, als aan de onmiddellijke leden van ons eigen gezin.

En daarom moeten wij weten wie Christenen zijn en wie niet, — en daar ze het onderscheidend kenmerk der indeeling veel te woordelijk hebben gemaakt ten spijt van Christus' eenvoudigste bevelen, is het geheele Christelijke lichaam bedorven tot zulk een graad, dat er geen spoor van gezondheid in is, maar slechts wonden en kneuzingen en zweren. Slaat nog eens op „Fors" voor Januari 1876 (LXI, 104). Hoe komt het dat geen menschelijk schepsel mij een syllabe geantwoord heeft op de beschuldiging? — „Gij die nooit een korrel graan zaaidet, nooit een el garen spont, verslindt en zwelgt en verspilt naar uwe verzadiging, en acht u zelve ongetwijfeld betere schepselen Gods dan dien armen verhongerden stakker." Niemand heeft mij een letter geantwoord. Wanneer was er ooit te voren in de menschenwereld zulk een verachting der armen?

Deze dingen zijn moeilijk voor mij ; maar ik wil ten minste, nu de dagen korter worden tegen het einde van het zevende jaar, deze boodschap, voor zoover ik tot nu toe in staat geweest ben haar te verkondigen, tot klaarheid verzamelen. Alleen, om dit te doen, moet ik haar misschien opnieuw verkondigen in andere en zachtere bewoordingen ; het kan zijn dat de strenge of korte woorden, waarin zij reeds gegeven is, te streng of te vreemd klon-

Sluiten