Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn wil om goed te doen er niet door laat verzwakken, hebben mij enkele dingen geleerd die gij niet weten kunt, juist omdat gij genie hebt en sterkte van geest, die u een kennis en wijsheid geven, die ik niet kan hopen te deelen.

„Mag ik niet trachten mijn nederige kennis van de menschen, door wie gij alleen handelen kunt1), dienstbaar te maken aan uw hooge kennis van wat gedaan moet worden?

„Sedert ik „Sesame and Lelies" las, acht of negen jaar geleden, heb ik den eerbied en de liefde voor u gehad, die men alleen voelt voor menschen die in duidelijke woorden zeggen de dingen die onze eigen natuur te voren minder duidelijk gezegd heeft. Ik zeg zonder zelfbedrog dat ik tracht hét beste werk te doen dat ik ken. Het zou dus niet geheel zonder nut kunnen zijn, dat gij zoudt weten waarom ik „Fors" en uw andere boeken vaak in wanhoop neerleg, en waarom ik dikwijls voel, dat door zoo ongeduldig te zijn jegens menschen wier opleiding zoo geheel verschillend is geweest van de uwe, en die slechts gedeeltelijk door eigen schuld zijn wat zij zijn, — door te vergeten dat het nog waar is van de meeste zondaars dat „zij niet weten wat zij doen", en door te kiezen enkele van de middelen die gij kiest om een goed doel te bereiken, gij de menschen afstoot, meer dan gij vermoedt.

„Mag ik u niet toonen, dat een enkelen keer „Fors" mij pijn doet, niet omdat ik zondig ben, maar omdat ik weet dat de menschen, die gij

*) Hierin ligt de voornaamste fout van mijn briefschrijver. Ik heb noch de bedoeling, noch hoop om te handelen door een van de menschen van wie hij spreekt; maar indien al, dan met anderen van wie ik veronderstel zelf méér te Weten — niet minder — dan hij.

Sluiten