Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de mode van den dag; niet in het minst een belijden van Christus, maar slechts de uitdrukking van den wensch om even achtenswaardig gevonden te worden als andere menschen. Bij het Avondmaal aanzitten is gewoonlijk niet veel meer; hoewel het bijgeloovig kan worden, en enkel een dienst dien men doet om vrijstelling van andere diensten te verkrijgen. Heftige strijdlust voor bijzondere secten, als de Evangelische, de RoomschKatholieke, de streng Episcopaalsche, de Vrijzinnige, — of dergelijke, is slechts een vorm van partij-verwaandheid, en een tarten van Christus, geen belijden van Hem.

Maar Christus belijden is ten eerste zich rechtvaardig, waarheidlievend en ingetogen te gedragen, en vervolgens zich af te scheiden van hen die openlijk en van beroep schurken, leugenaars en overspelers zijn. Hetgeen verschrikkelijk moeilijk te doen is, en wat de Christelijke kerk tegenwoordig geheel opgehouden heeft ook maar te probèeren.

En dienovereenkomstig ligt hier vandaag (kortste dag, 1877), terwijl ik schrijf, naast mij het eerlijkste blad van Londen — Punch — met een moreel stukje Christelijke kunst, dat twee van zijn bladzijden beslaat, — voorstellende den Turk in een menschelijke gedaante, als een gewond en bijna stervend slachtoffer — omringd door de Christelijke naties, in de gedaanten van beren en gieren.

„Deze getuigenis is waar", tegen henzelf, namelijk dat tot dusverre de handelwijze van de Christelijke natie tegenover de ongeloovige steeds roofzuchtig geweest is, in den ruimen zin van het woord. De Turk is wat hij is, omdat wij — slechts Christenen in naam zijn geweest. En een andere getuigenis is waar, welke een heel eigenaardige

Sluiten