Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEF XCIII EN XCVI

Kerstmis, 1883

IJN brief voor Kerstmis komt in de eerste plaats om hel St. George Gilde en alle eerlijke menschen een zoo vroolijk Kerstfeest te wenschen als zij kunnen vieren, hoewel, onder de tegenwoordige

omstandigheden, de vroolijkheid, naar het mij toeschijnt, getemperd en het feestvieren gematigd moest zijn — en in de tweede plaats om het St. George Gilde te verzekeren van zijn eigen bestaan en dat van zijn Meester, waaraan genoemd Gilde zonder eenige uiterste verfijning van metafysica wel mocht beginnen te twijfelen — ziende dat er geen verslag van zijn zaken, noch melding van zijn toegetreden leden, noch een lijst van zijn toegevoegde eigendommen gegeven is sedert den — ik weet niet welken dag van — ik weet niet welk jaar.

Ik zal geen verschooning meer vragen voor deze administratieve gebreken of zulk geheimzinnig zwijgen, omdat, zoover ze het gevolg zijn van mijn eigen zorgeloosheid en uitstel, zij onvergeeflijk zijn; en voor zoover zij toegevendheid verdienen, indien ze opgehelderd werden, het alleen gerechtvaardigd kon worden door de, anders nuttelooze, détails der moeilijkheden en teleurstellingen waarin meer dan één van onze leden hun deel hadden, — en waarvan hunne ophelderingen somtijds een anderen vorm zouden kunnen aannemen dan den mijnen. Verscheidenen hebben ons verlaten wier

Sluiten