Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens heel ernstig een beroep doe, hen er op wijzend dat ze daarmede de meest gezonde en rechtstreeks vooruithelpende macht van liefdadigheid uitoefenen. Zij kunnen de Londensche en Parijsche grondbezitters er niet toe brengen hun armen vrij te maken (zelfs al ware het in overeenstemming met gezonde wet dit te beproeven). Maar zij kunnen heel wel zelf grondbezitters worden, en hun eigen armen bevrijden.

En ik verzoek èn de lezers èn de verachters van mijne vroegere pleidooien in deze zaak op te merken dat al de tegenwoordige agitatie in het publieke gemoed aangaande de woningen der armen niets anders is dan de plotselinge en koortsige (toch zij de Hemel gedankt voor die koorts!) erkenning van de dingen, die ik de laatste twintig' jaren getracht heb erkend-te krijgen, en waarvan ik de beschrijving en waarover ik de jammerklachten telkens en telkens herhaald heb — zelfs tot het daadwerkelijk drukken mijner bladzijden in bloedroóden inkt — om te probeeren ten minste het oog te trekken, als ik het oor of het hart niet kon treffen. Ik weet nog niet welke ophooping van getuigenis uit deze brieven kan verzameld worden, — maar laat de lezer nu alleen maar eens nagaan wat die ééne zin beteekende, dien ik aanhaalde uit het Avondnieuws in de laatste „Fors" die ik schreef vóór mijne zware ziekte (Maart 1878, Brief LXXXVII1)) : ,'J>e moeder werd ongeduldig, wierp het kind in de sneeuw en snelde weg — niet omziende". Daar hebt ge een Kerstkaart met een afbeelding van de Engelsche „geboorte" — o plotseling ontwaakte vrienden!" En na het eerste herstel van mijn vermogen tot spreken, was toen niet het nieuws, dat ik bracht aan-

*) 'Fors Clavigera, genoemde editie, dl. IV pag. 320.]

Sluiten