Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande den toestand van het schoone Frankrijk, waard om door haar overdacht te worden? — „In een kamer, twee en een half el breed bij vier drie kwart el lang, hielden verblijf een vader, moeder en vier kinderen, van wie twee dood waren na een paar maanden, — van die overbleven, had het oudste meisje „nog de kracht om even te glimlachen". Honger had dit kind, dat mooi zou zijn geweest, bijna tot een geraamte gemaakt." (Brief LXXXVIII •)•)

Maar de dubbele en driedubbele afschuwelijkheid van dit alles, let wel, is dat niet alleen het tennis-spelende en het den spoorweg langs vliegende publiek er buiten om heen dribbelen en over de daken heen vliegen, blind en doof; maar dat de menschen, die er belang bij hebben dit alles te handhaven, een heel Duivelsleger van lage scribenten in hun vasten dienst hebben, — de ergste vorm van slavernij waarin ooit een menschenziel verzonk — deels "bewust van hun liegen, deels, door de macht der dagelijksche herhaling, geloovend in hun eigen gewauwel, en heelemaal in beslag genomen om, in elke courant en elk stuiversblad over de gansche wereld, te verklaren dat de tegenwoordige toestand der armen glorierijk en benijdbaar is, vergeleken met de armen die er geweest zijn. In welk voortdurend rumoer van papegaai-leugens en hopeloos geveinsde verdediging van alle verdoembare dingen, deze negentiende eeuw alleen staat te stotteren en te schreeuwen in de geschiedenis van het menschdom. Wat de menschen tot nu toe ooit voor vreeselijks of noodlottigs deden, deden zij openlijk. Attila zegt niet dat de hoef van zijn paard van fluweel is. Ezzelin verwaardigt zich niet zijn Paduaanschen moord te

*) [Fors Clavigera, gen. editie, dl. IV pag. 351 en v.v.]

Sluiten