Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbergen. Prins Karei van Oostenrijk schiet zijn roodgloeiende kogels op klaarlichten dag „bij het slaan van twaalf af op de met dekspanen belegde hutten der wevers van Zittau, in de droge Julimaand, tien duizend onschuldige zielen te vergeefs Hemel en Aarde aanroepend, — en vóór zonsondergang is er van Zittau slechts nog asch en roodgloeiende muren, — niet Zittau maar sintels" *) — maar Prins Karei beweert niet dat het het beste was wat voor de wevers van Zittau gedaan kon worden, — en dat alle liefdadige menschen hierna hetzelfde moeten doen voor alle wevers, als het uitvoerbaar is. Maar een negentiende-eeuwsche prins van bedriegerijen en slachterswerk verkoopt te zijnen behoeve het bloed en de asch, predikt met zijn stoomkeel het evangelie van winst uit eens anders ondergang als het eenige ware en eenige Goddelijke, en vult hetzelfde oogenblik de lticht met zijn duisternis, de aarde met zijn wreedheid, de wateren met zijn vuil, en de harten der menschen met zijn leugens.

Van welke leugens de eerste en allerverderfelijkste is die welke nu in formule is gebracht voor wijdverspreid Europeesch geloof door Staathuishoudkundigen, en die ook verbreid wordt door onwijze dominé's! dat gij geen aalmoezen meer geven moet (evenmin als gij moet vasten of bidden), — dat gij de armen geheel moet bevoordeelen door uw eigen eten en drinken, en dat het hun glorie en eeuwige roem is uw zakken en uw maag te vullen, — en zelve te sterven en dankbaar te zijn. Welke leugen, let wel, of gij een Christen zijt of niet, dit onmiskenbaar teeken van eindelooze afschuwelijkheid draagt, dat de menschen die haar uitspreken hun vreugde in geven verloren, — niet kunnen

•} Friedrich, V. 124.

Sluiten