Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschijnlijkst is (men zie' hiervoor eveneens den „Open Brief" van den Heer Kasteleyn), dat de p. s. op zich zelf wel behouden zal blijven.

Dat de Britsch-Indische Koloniale wetgever tegen de p. s. op zich zelf geen bezwaar heeft, om dit te bewijzen, behoeven wij zelfs niet naar Britsch-Indië te gaan, maar kunnen wij ons wenden tot de Straits en de daar bestaande arbeidsregeling.

DeStraits- De koelieordonnantie in de Straits Settlements is het voorRegeling beeld geweest voor de eerste koelie-ordonnantie, die in Neden Straits- Indië werd ingevoerd, nl. in 1880 voor de Oostkust van Sumatra. toestan- Later heeft de Nederlandsch-Tndische arbeidswetgeving verschilden. Jende malen wijzigingen ondergaan. Doorgaans waren het wijzigingen met de bedoeling om den band tusschen werkgever en werknemer losser te maken, doch de overwalsche koelieordonnantie, de Labour Code, diende niet meer als voorbeeld. Hierin was een belangrijke wijziging gebracht, waardoor aan den werkman de gelegenheid werd geschonken om de onderneming te verlaten, zoodra hem om welke reden ook een langer verblijf aldaar niet aanstond. Slechts moest de werkman een maand, voordat hij uitvoering wilde geven aan zijn voornemen om zijn : werkgever te verlaten, den dienst opzeggen. De schriftelijke contracten voor lange periodes werden daarmede afgeschaft, slechts mondelinge contracten zijn nog in gebruik,, die bij stilzwijgen van maand tot maand vernieuwd worden.

Overigens heeft echter de arbeidswetgever van den Overwal begrepen, dat de cultures aldaar, in aanmerking nemende de omstandigheden, waarin die gewesten verkeeren, zeer zeker nog den steun behoeven van de wet, die voorschriften inhoudt omtrent werkgevers en arbeiders, hunne werkwijze, enz. en die een middel geeft om die voorschriften tot hun recht te doen komen, n. I. door bij niet- naleving met straf te dreigen.

De omstandigheden nu in die gewesten aan den Overwal zijn niet anders dan bij ons; ook daar het gebrek aan een inheemsche bevolking, zoodat de werkgever is aangewezen op de werklieden op zijn onderneming in zijn dienst en bij het openvallen van een plaats door het vertrek van een werkman, de vervanger alleen gevonden kan worden, doordat deze van elders wordt aangevoerd (in dit geval van de privincie Madras) of bij een anderen werkgever wordt weggehaald. Ook daar geen bijzondere prikkel, die den werkman noopt om geregeld behoorlijk te werken, zooals die in Westersche of in Oostersche dichtbevolkte streken bestaat.

Sluiten