Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opzeg- Ons voorstel luidt nu in de eerste plaats om te bepalen gingster- dat de werkman met inachtneming van een termijn van 4 mijn van 4 maariden de overeenkomst door opzegging kan doen beëindigen, maanden. mits hij bij- im njgratie-contracten vooraf een evenredig deel van de engagementskosten aan den werkgever vergoedt en bij reengagementscontracten zijn schuld afbetaalt. Wij zijn ons daarbij ten volle er van bewust een belangrijke stap te doen ih de richting van den vrijen arbeid, waarbij wij nog verder gaan dan de Directeur van Justitie voorloopig gaan wil.

Een groote sprong is hiermede gemaakt, daar dan feitetelijk de duur van de contracten tot 4 maanden is verkort. Wat de invloed van deze bepaling zal zijn, is thans nog niet met zekerheid te zeggen. Eerst wanneer zij eenigen tijd heeft gewerkt en aan de practijk is getoetst, zal dit zijn vast te stellen, zeker is het echter, dat deze bepaling er toe zal leiden om van de poenale sanctie zoo weinig mogelijk gebruik te maken, omdat de werkgever weet dat hij dan groote kans loopt dat de werkman, die ter bestraffing wordt opgezonden, van de gelegenheid tot opzegging zal gebruik maken.

Het ligt dan in onze bedoeling om dezen opzeggingstermijn geleidelijk te verkorten, zoodat men tenslotte den vrijen arbeid reeds zeer dicht genaderd is, van de p.s. nog slechts sporadisch gebruik zal worden gemaakt, en de. overgang tot vrijen arbeid niet zoo groot zal blijken te zijn. Beide partijen, zoowel werkgever als arbeider, zullen zich aan dien toestand hebben gewend en aangepast en dan zal het wellicht mogelijk zijn om de p s. bepalingen te . doen vervangen, door een regeling op civielrechtelijke basis, die eenerzijds den werkman beschermt, anderzijds afdoende waarborgen voor arbeidszekerheid biedt.

Bij wijze van overgang hebben wij den opzeggingstermijn op 4 maanden gesteld, omdat de werkgever gelegenheid moet hebben om elders (in Java of China) plaatsvervangers te zoeken, dan gewaarborgd is, dit de werkman niet lichtvaardig tot ontslagname overgaat en om het ronselen der werklieden te voorkomen.

Bovendien is het een dringende eisch voor de cultures, dat zij althans gedurende eenigen tijd van de werkkrachten der zelfde arbeiders zijn verzekerd. Want ook al heeft men gelegenheid van elders werklieden te laten komen, aan hen ontbreekt nog alle oefening. Aan dergelijke invallers heeft de onderneming niet veel. Dit geldt vooral voor de tabakscultuur en soortgelijke cultures, waar de werkzaamheden in elkaar grijpen.

t ■

Sluiten