Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beëindigd, tenzij de arbeider, die bij den werkgever volgens een reengagements contract in dienst is, vooraf aan den werkgever het voorschot voldoet en de arbeider, die bij den werkgever volgens een immigratie- contract in dienst is, vooraf aan den werkgever het voorschot, benevens een evenredig deel van de immigratie- kosten voldoet, waarvan het bedrag telken jare door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld.

Artikel 25.

Het aanmoedigen tot niet-naleving van arbeidsovereenkomsten of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvesting aan of het in dienst nemen van een arbeider, die niet door een behoorlijk ingevulden ontslagbrief of door een van wege het bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft voor zoover Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met een geldboete van ten hoogste f 200.— (twee honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste één maand en, voor zoover Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft met eene geldboete van ten hoogste ƒ 50.— (vijftig gulden) of ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.

Artikel 20.

(1) Elke willekeurige inbreuk op de arbeidsovereenkomst wordt gestraft:

aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100.— (één honderd gulden);

aan den kant van den arbeider met geldboete van ten hoogste f 50.— (vijftig gulden) of ten arbeidstelfing aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.

(2) De arbeider, die reeds eenmaal wegens willekeurige inbreuk op de arbeidsovereenkomst is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden.

(3) De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn arbeidsovereenkomst willekeurig inbreuk te maken, zijn;

a. niet voldoening aan de verplichting, om zich op het in artikel 9 al. 11 bedoeld tijdstip op de onderneming te bevinden en zich bij den beheerder aan te melden;

b. desertie;

c voortgezette weigering om den verplichten arbeid te verrichten.

Sluiten