Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo aanstonds zou zeggen: ,,'k Heb docht, dat wie moar net zoo mossen doun as doomnie zegd het".

Daar schrok Menkveld op. De ruwe stem van Stoppelman klonk door ,,'t zoal": ,,'k Bin der krachtig tegen".

Zoo'n kerel toch. Dat die zich nooit schaamde. Altijd had hij den mond vooraan.

Menkveld ergerde zich. Neen, 't gezellige onder-onsje was weg; vroeger ging alles zonder strijd en moeite; men was 't zoo goed met elkaar eens; men bedisselde de zaakjes zonder onnoodige drukte, maar nu

En, ja, straks zou hij ook als ouderling moeten aftreden. Zou de gemeente hem wéér stemmen? Och, ja, toch wel. Niemand had iets tegen hem ; hij was nu al zooveel jaren ouderling, zeker, hem zouden ze laten zitten.

Maar 't was 't oude niet meer.

Sluiten