Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Messchain al. Ie en ik begriepen n' ander zo'n beetje".

„Juist, en we houden samen, Menkveld'.

„Loof dat moar driest, heur. Nou, dag, doomnie".

Op de volgende kerkeraadsvergadering werd het voorstel van Veerman aangenomen. Menkveld had er zich niet meer tegen verzet. Hij wist wel dat geen verzet zou baten. Maar in zijn hart koesterde hij een stillen wrevel tegen Veerman en Stoppelman. .

Toen hij van de vergadering thuis kwam, wachtte zijn vrouw hem als naar gewoonte op en Menkveld schoof, ook zooals hij dat gewoon was, zijn leuningstoel dicht bij de warme kachel. Langzaam trok hij zijn laarzen uit en toen tastten zijn voeten naar de reeds klaar gezette pantoffels. Ook greep hij werktuigelijk naar de

Sluiten