Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mouten ze op nek hebben. Al dei arbaiders en börgers. Moar 'k zei ze wel kriegen. Veerman heb 'k 't brood al te neus oetstöt1) en d'r binnen nog wel meer, dei 't ien heur buul zeilen vuilen".

Menkveld schaamde zich. Was dat een mensch, die Dijkinga? En *t was óók een boer. Maar 't meest schaamde Menkveld zich, omdat hij gezwegen had, toen zijn vrouw er over sprak, Veerman geen werk meer te gunnen.

O, neen, 't zou nooit, nooit gebeuren, maar hij had gezwegen en — — met dat zwijgen maakte hij zich schuldig.

Dijkinga zei het ruw en Dijkinga was ruw; natuurlijk, hij deed, wat Menkveld nooit doen zou, maar hij schaamde zich, wijl hij wist, dat hij

*) 't Brood te neus oet stöt = 'k heb hem mijn klandizie onthouden,

Sluiten