Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man zou zeker niet veel aanspraak hebben.

Menkveld kwam niet graag aan ziekbedden; gewoonlijk ging hij maar aarzelend. Hij voelde wel mee met de lijdenden, wel diep mee, en, als hij stond bij 't bed van een kranke, zou hij willen troosten, o zoo gaarne, maar zie, dan was gewoonlijk zijn hart zóó vol, dat hij niet spreken kon.

Als hij dan de zieke aansprak, voelde hij zelf zijn woorden zoo koud, zoo heel gewoon, en op den terugweg naar huis bedacht hij dan, wat hij eigenlijk had willen zeggen.

In de dagen, die volgden op het kerkeraadsbesluit van finale aftreding, zag Menkveld er bepaald tegen op, naar een lijdende te gaan. Nu zijn hart vervuld was van groote bitterheid, kon hij heelemaal niet spreken, zooals hij spreken moest en zijn bidden zelfs was gevoelloos; een stamelen

Sluiten