Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man bukte zich haastig, bang dat een ander hem vóór zou zijn.

Hij had het papiertje wel graag willen openvouwen maar dat durfde hij toch niet.

„Hier, doomnie, nog ain".

„Dank je wel".

Halzen rekten zich, oogen zochten het witte hoopje op de groote tafel. Veerman liet zijn pijp uitgaan. Menkveld bleef kalm zitten, 't Scheen wel, of alles hem niet aanging, hem koud liet.

Even een tellen, en — —

„Nee, doomnie, dat braifke tel ie tweimoal".

„O, zoo, Stoppelman ? Tweemaal, zeg je? Nou, *t kan wezen. Nog maar eens weer van voren dan".

„*t Zei mie toch ais nei doun, wat dat worren zei", fluisterde Veerman den naast hem staanden Stoppelman toe.

♦Joa, mie ook. Nou, nou zei 't begunnen".

Sluiten