Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langzaam opende dominee Veldhuis het eerste briefje.

Hij las — — — hij wachtte even — —* .— hij glimlachte. Toen zei hij: „Menkveld".

„Wat, doomnie?"

„Ja, Stoppelman, 't Staat er: Menkveld".

„Dat braifke is van onweerde, doomnie. Ollen mouten ja altmoal oftreden. Dat hebben wie ja besloten".

„Joa zeker", viel Veerman in, „van onweerde".

Stoppelman strekte zijn hand reeds naar het ondeugende briefje uit, maar dominee Veldhuis weerde hem af.

„Niet te haastig, broeders. Wij willen immers weten, wat er in de gemeente leeft. Daarom hebben we besloten, dat de manslidmaten briefjes zouden inleveren. Nu moeten we maar niet dadelijk dat eerste briefje van onwaarde gaan verklaren".

Sluiten