Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Menkveld mouten wie hollen/; Wie kennen hom nog nait misken".

Stoppelman, die toch niet langer kon zwijgen, riep: „Ie hebben schoon geliek".

De andere broeders haastten zich, te verzekeren, dat ze er óók zoo over dachten.

Menkveld zweeg.

Hij had méér gesproken dan ooit te voren; nu zat hij stil op zijn plaats, erg verlegen, maar aldoor was het in zijn hart: God heeft mijn berouw aangenomen. Hij gaf mij dezen avond daarvan in de uitspraak der gemeente de verzekering.

Dat was bijna te groot voor hem, dat maakte hem al te gelukkig; hij werd er stil onder.

Daar hoorde hij, dat dominee Veldhuis zei: „Mij dunkt, broeders, wij moesten onzen broeder een week bedenktijd geven. Het zou niet goed

Sluiten