Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wiersum snel. „Hai, dat arme wicht".

„Arm wicht? 't Is 'n ..

„Stil nou. Hai, 't is nou mooi genog west".

Vroolijk en opgeruimd kwam Jaantje de kamer binnen. De frissche wind had haar wangen rood gekleurd en daar blonk in haar oogen een zachte blijdschapsglans, alsof zij, zoo stil voor zich zelf, genoot bij het denken aan een vreugde, nog maar pas gesmaakt.

Vrouw Wiersum stak haar dikke onderkin uitdagend vooruit, 't Uitzicht van Jaantje beviel haar niet. Zeker had Klaas haar van Oldencate teruggehaald.

„Dag pa, en moeke, en Hendrik".

„Dag, Jaantje, zei Wiersum, „kold, nè?"

„Kold? Nee, pa, 'k bin lekker warm".

Sluiten