Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, zoo vaak had Jaantje wel willen uitroepen: „Pa, pa, begriep ie den nait, dat 't gain ploagerij van mie is? Ik kèn Kloas ja nait opgeven. Ik mag 't ook nait. Ik mout mien woord toch hollen T'

Maar ze zweeg, ook, als na een driftbui van moeder, vader haar troosteloos aanzag en zij hem hoorde jammeren: „Hai, hai, wat is 't 'n boudel."

Ja. en dat was 't ergste, dat men vader haar stijfkoppigheid verweet. Hij had haar verwend, heette het; zij was zijn lieveling. En nu nog was hij zacht en goed voor haar. Alles was zijn schuld; Jaantje had ook zijn aard, die haar naar 't lage dreef.

Vader zweeg, als moeder haar verwijten als een stortbui over hem deed komen en Hendrik hem spottend vroeg, of Klaas straks ook de

Sluiten