Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neerzette, waren haar oogen vochtig. Wat een zaligheid, die armpjes te voelen, die je vasthielden, zich om je klemden. Jaantje kon het niet laten; toen Siemen zijn klompjes had aangetrokken, moest ze hem nog eens even pakken.

„Dag, mien jong".

„Jaantje".

En toen, zacht: „Wat krieg 'k nou?"

Siemen zweeg, want hij wist niet, wat hij zou kunnen geven, Hij had niets.

„Krieg 'k ook 'n doetje?" Verlegen lachend schudde Siemen

van neen.

Hij schaamde zich. Hij was al een groote jongen en zou hij dan een kus geven? Dat deden kleine kindertjes, maar geen jongens met broekzakken en klompen.

..Tou moar".

Sluiten