Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Jaantje drukte 't jongenshoofdje tegen zich aan. Siemen liet het toe, dat ze even met haar lippen zijn wangetje aanraakte.

„Nou, dag, mien jong. Kom morgen moar weer, heur. Messchain heb 'k den wel weer 'n appel of 'n peer

veur die".

„Morgen is 't Sunderkloas", zei

Siemen blij.

„Joa? Sunderkloas? Wat krigst

den?"

,,'n Stoetkerel. Magst d'r ook wel 'n stukje van hebben". „Goud heur".

Toen Siemen gegaan was, deed Jaantje als naar gewoonte haar werk, maar dien morgen wilde het met haar verschillende bezigheden toch niet vlotten. Ze stond soms stil, in haar gedachten verdiept en ja, even glimlachte ze. Dat was in jaren niet gebeurd. En haar hart klopte, of het

Sluiten