Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Kanaaltracé volgt verder de ondiepe Zuiderzeekust, in een nagenoeg rechte lijn, langs Muiden tot Huizen en loopt vervolgens, Zuidwaarts ombuigend naar de Eem, die het, als scheepvaart- en waterafvoerweg, tot voorbij Amersfoort vervangt.

Aldaar wordt een tweede schutsluis gebouwd die voert naar het tweede kanaalpand, met een peil van 5,10 M. + N. A. P. dat in een rechte lijn tusschen de bebouwde kommen van Scherpenzeel en Renswoude door, en Oostwaarts van de Emmikhuizer berg blijvend, in een nagenoeg Z. O. richting naar Veenendaal loopt.

Het kanaal buigt zich verder bij Veenendaal een weinig meer Zuidwaarts, om vervolgens weer meer Oostwaarts gaande, bij den mond van de Wageningsche haven den Neder-Rijn te bereiken.

Een weinig beoosten dien mond vangt op den anderen oever der rivier het derde kanaalpand aan, dat de Betuwe doorsnijdt en beoosten Dodewaard op de Waal uitkomt.

Het eerste pand zal, op genoemde wijze aangelegd, — er zijn zooals zal blijken nog andere oplossingen mogelijk — in open gemeenschap liggen met de Zuiderzee, later met de afgesloten zee en tenslotte met het peil van het IJselmeer. Het zal de ringvaart van den toekomstigen Zuidoostelijken Zuiderzeepolder vormen en zoowel scheepvaart- als afwateringskanaal zijn, wordende voor bijzonderheden omtrent de laatste functie verwezen naar bijlage A en plaat I.

Men denkt zich het eerste kanaalpand, voor zoover het in zee valt, ter-

wille van een ongestoorde en gemakkelijke vaart, aangelegd als een ruime gebaggerde vaargeul van 100 M. breedte op den bodem, die op 4,50 M. beneden het toekomstige zeepeil dus op 4,90 M. — N. A. P., is ontworpen. De geul wordt aan de Noordzijde door een dam tegen golfslag en ijs beschermd. . De kruin van dien dam dient zoo laag mogelijk te worden gehouden wegens de slappe geaardheid van den grond waarop ze wordt aangelegd. Waterstanden. De waterstanden, die in dit kanaalpand zullen heerschen vóór dat de afsluiting van de Zuiderzee tot stand gekomen zal zijn, zullen overeenkomen met de tegenwoordige zeestanden. Van de hoogste en laagste dier standen wordt voor de jaren 1901—1910 in onderstaanden staat een overzicht gegeven volgens de peilschaal van Spakenburg:

Kanaalpand. Amsterdam— Amersfoort (geval A).

Afmetingen.

Aantal dagen waarop de waterstand te Spakenburg is geweest:

Hoogwater (c.M. + N. A. P.)

Jaren. i i i i i i i 1=

140 130 120 110 100 90 80 61 71 81 91 101 111

of tot tot tot tot tot tot tot tot tot tot tot of

meer 139 129 119 109 99 89 70 80 90 100 110 meer

1901 5 — 1 22 1 3 8 4 5— — —

1902 1 2 1 — 1 1 6 7 6 3 — — —

1903 7 2 1 3 3 — 5115 2 — — —

1904 2 1 3 1 4 — 2 8 3 5 — — —

1905 2 1 — 3 5 15 8 6 7— — —

1906 4 — — — 6 4 4 5 6 4 — — —

1907 i_i 1 2 3 2 9 5 3 — — —

1908 3 — — — — 1 5 9 9 3 1 1 —

1909 1— -— 1 5 4 14 1— — — —

1910 — 1 1 1 3 — 111 63 — — —

gemiddeld 2g QJ og j j 2? ,g „ g -j 3& 0, 0, _ per jaar.

Laagwater (c.M.—N. A. P.)

Sluiten