Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geopend blijven van de schutsluis.

het westen kan afvloeien, alsdan door den hoogen kanaaldijk zou worden gekeerd en het beoosten daarvan gelegen deel van de Betuwe aanmerkelijk dieper onder water zou zetten, dan zulks vroeger het geval was, zoodat die streek dan in ongunstigen toestand zou komen.

Ook in 1878 had dat bezwaar al gegolden en was men daaraan tegemoetgekomen door zooveel mogelijke verlaging van kanaalpeil en dijken en door inrichting van een deel van deze dijken als overlaten, slechts door gemakkelijk weg te spoelen zandkaden afgesloten, teneinde aan het inundatie water een zoo weinig mogelijk gestoorden weg, dwars over het kanaal heen te verzekeren.

In het thans opgemaakte ontwerp heeft men het genoemde bezwaar opgeheven door de sluis, die de beide kanaalgedeelten scheidt, over de geheele lengte als siphon in te richten, die een doorstroomingsopening van ongeveer 1000 M2 aanbiedt, waardoor een voldoende afvloeiing van het overstroomingswater verzekerd is te achten.

Het punt waar het kanaal op de Waal uitkomt is zoodanig gekozen, dat de sluis, in den tijd dat het kanaal door de doorgaande Rijnvaart gebruikt moet worden, gevoegelijk geopend kan blijven, wat mogelijk is omdat de waterstanden op beide rivieren ongeveer op hetzelfde niveau ten opzichte van N. A. P. blijven.

Dit denkbeeld, dat door den stads-Ingenieur der Gemeente Amsterdam J. G. van Niftrik reeds in 1870 werd te berde gebracht en ook door den heer Ramaer, Inspecteur-Generaal van den Rijkswaterstaat in de reeds vermelde vergadering van het Kon. Inst. van Ingenieurs werd gereleveerd, bleek zeer goed voor verwezenlijking vatbaar te zijn, zooals kan blijken uit eene globale berekening, waarvoor de volgende gegevens beschikbaar zijn.

NEDER-RIJN WAAL

Grebbe Lekskensveer Arnhem Dodewaard Nijmegen Huihuizen

Middelbare Rivierstand M. R. 6.24 7.12 8.78 6.65 8.61 10.22

Normaal laagwater N. L. W. 5.40 6.25 7.95 5.65 7.60 9.20

Laagste stand L. L. W. . . . 4.44 5.29 4.59 6.48

Afvoer bij M. R 419 Ms sec. 1336 M' sec.

„ N. L. W 286 945

Afstand peilschalen 7820 M. 17440 M.

De afvoeren zijn hierbij berekend volgens de volgende formules van den ingenieur C. Lely (Rapporten en mededeelingen van den Rijkswaterstaat No. 11) zijnde

voor de Waal: Q = 4938 — 1170 H. + 80 H2, waarin H se waterstand Huihuizen + N. A. P.

voor den Neder-Rijn: Q= 1105 — 341.5 H. + 30 H2., waarin H. = waterstand Arnhem + N. A. P.

Uit het bovenstaande blijkt, dat tusschen de grenzen van N. L.W. en M. R. een rijzing of daling van 1 c.M. gemiddeld ongeveer overeenkomt met een vermeerdering of verminderirg van den afvoer:

133K 045

voor de Waal bij Dodewaard, van —-tt- = 3.91 M3, per sec.

665—565 r

Al Q Oftfi

en voor den Neder-Rijn bij Lekskensveer van —t£t == 1.53 M3 per sec.

712 — 025

Nemen we nu eens aan, dat de Waal 0.25 M. hooger staat dan de Rijn en dat de sluis geheel wordt geopend, dan zal water van de Waal naar den Rijn worden gevoerd. Tengevolge daarvan zal de waterstand op de

Sluiten