Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tracé van het Het kanaal is tusschen de beide eindpunten geheel recht getraceerd kanaaipan . zflj ^ definitieve uitwerking van het plan wenschelijk zijn na te gaan of het geen aanbeveling verdient de richting zoodanig te kiezen, dat de voorhaven aan de Waalzijde geheel buitendijks wordt gehouden, met gebruikmaking van de daar reeds aanwezige oude rivierarm, om dan verder het kanaal nabij „de Engel" met een flauwe bocht naar den Neder-Rijn te richten,

Verband van Zooals reeds is gebleken, is bij het kanaalontwerp ook in algemeenen zin het kanaal met

de belangen der eenigszins rekening gehouden met eischen van defensie. Waar evenwel de defensie. inzichten van deskundigen niet dezelfde bleken te zijn — zie het artikel van den Kapitein der Genie P. W. Scharroo in de Militaire Spectator 1919, die in tegenstelling met de inzichten van den Generaal Eland het kanaal aan den Westkant 'van den Emmikhuizerberg wenscht te houden — en die eischen nog niet officieel zijn geformuleerd, was het niet wel mogelijk daarop dieper in te gaan dan thans is geschied.

Intusschen zijn daaromtrent nog enkele technische opmerkingen te maken, die wellicht bij de verdere behandeling in de bedoelde richting van nut kunnen zijn.

Zooals bekend vormt de tegenwoordige Grebbelinie (zie de kaart behoorende bij dezerzijdsche nota van Maart 1917) een verdedigingsstelsel bestaande uit een combinatie van een aarden wal met daarvóór te stellen inundatiën.

Het komvormige terrein tusschen de Grebbe en den slaperdijk bij den Rooden Haan, dat in die richting zeer weinig verhang en als gevolg van de gebrekkige loozing veel overlast van water heeft, lokte als het ware uit tot het vormen van een inundatiekom, tot welk doel tal van jaren geleden, o.a. aan de Grebbe een inundatiesluis voor het inlaten van Rijnwater is gebouwd.

Voorbij den Rooden Haan, in de richting van Amersfoort, waar het terrein hellend is, en dus de in die richting aangelegde wal dezelfde helling vertoont, heeft men het daarvóór gelegen terrein voor inundatie geschikt gemaakt door dwars op den wal aangelegde ongeveer waterpas liggende lage kaden, die aldus verschillende kommen afscheiden, waarvan het niveau, naarmate men Amersfoort nadert, trapsgewijze telkens lager wordt.

Voor de inundatie wordt het water behalve door den Rijn ook geleverd door de beken, waarvan de afvoer in droge tijden evenwel te wenschen over laat, terwijl de hooger gelegen kommen, en met name die tusschen de Grebbe en den Rooden Haan, slechts vanuit den Rijn onder water kunnen worden gezet.

Voor de inundatie van die laatste kom wordt van militaire zijde een peil van 6.60 M. + N. A. P. noodig geacht en nu blijkt uit de op plaat 2 aangegeven graphische voorstelling omtrent de waterstanden van den NederRijn aan de Grebbe — de peilschaal bevindt zich aan de militaire inundatiesluis — dat zulk een stand gemiddeld slechts gedurende 121 dagen per jaar wordt bereikt1 (maximum 258 in 1910, minimum 70 in 1903).

Indien het water door de ontworpen sluis bij Wageningen zal kunnen worden aangevoerd, die bijna 5 K. M. boven de inundatiesluis is ontworpen, zal die minder gewenschte toestand wel verbeteren. Een waterstand van 6.60 M + N. A. P. op de rivier aldaar correspondeert dan met een stand van ongeveer 6 M. + N. A. P. aan de Grebbe, welke stand gemiddeld gedurende 221 dagen per jaar wordt bereikt dus 100 dagen meer (maximum 312 in 1910, minimum 168 in 1909).

Sluiten