Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal kunnen afwateren, doch dat gevoegelijk langs de oostelijke bermsloot naar de Modderbeek en aldus op het benedenkanaalpand kan afvoeren, zoodat dus ook dit deel in gunstige conditie van afwatering komt.

De Luntersche Beek wordt dus, tengevolge van den kanaalaanleg, van de afwatering van 12030 + 7055 -f- 525 = 19610 H.A., of bijna 60% van het tegenwoordige stroomgebied ontheven. Het overblijvende gebied, ter oppervlakte van 13670 H.A. komt dus uit den aard der zaak in aanmerkelijk gunstiger conditie.

Van de beide reeds genoemde oorzaken, die tot hooge waterstanden op den benedenloop der beken aanleiding geven, de te geringe capaciteit der waterloopen en de opstuwing vanuit zee, wordt aldus de eerste geheel opgeheven.

De maximumafvoer van de beek wordt in die mate verminderd, dat ook zonder verruiming van het bed een aanmerkelijke verlaging der waterstanden wordt verkregenDie verlaging is met behulp van de in dezerzijdsche nota van Maart 1917 voorkomende gegevens, wel benaderend onder cijfers te brengen. Uit die gegevens omtrent hooge, middelbare en laagste waterstanden en de maximum, gemiddelde en minimum afvoeren kunnen voor verschillende punten van de beek, die nog zoo goed als niet onder bepaalden invloed van de gewone zeestanden komen, afvoerkrommen worden geconstrueerd, die, voor het beoogde doel voldoende nauwkeurig, het verband tusschen afvoer en waterstand aangeven, terwijl de vermindering die de afvoeren ondergaan, bij wijze van benadering, evenredig aan de vermindering in oppervlakte van het stroomgebied kan worden gesteld.

Men komt aldus voor de hoogste en middelbare standen, daarbij dus voorloopig afziende van de opstuwing door de zeestanden, tot de volgende cijfers.

Water Beneden den Lambalgen- Bruineburger- Qeere- M .. .

, .. . i..*. Monnikendam

standen Rooden Haan brug sluis steinsche schut

+ N. A. |ajef t||a||t | |ater daling thans later dalingj thans j later daling thans later daling

H. W. 5.61 4.25 1.36 4.83 2.95 1.88 3.10 2.35 0.75 2.80 2.10 0.70 1.85 0.62 1.23 M. W. 4.79 4.25 0.54 3.25 2.75 0.50 2.15 1.70 0.45 1.88 1.45 0.43 0.75 0.62 0.13

. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat gerekend is op een constante aftapping van 0.7 M3. sec. aan den Rooden Haan voor doorspoeling van Veenendaal, wat in vergelijking tot de voor Utrecht geldende cijfers zeer voldoende is, zoodat het peil beneden de sluis aldaar constant op -f- 4.25 M. blijft. Verder dat men aan de stadsgracht te Amersfoort gemakkelijk steeds het Luiaardpeil van 0.62 M. in alle omstandigheden zal kunnen blijven handhaven — ook hier natuurlijk de opstuwing vanuit zee voorloopig buiten beschouwing latende — omdat zooals hieronder zal blijken, de stadsgrachten ook van den toevoer door de Barneveldsche beek worden ontlast en hun stroomgebied dus van 79830 H.A. tot 13945 H.A. dus met ruim 82 °/0 wordt verminderd. ^

De groote afvoer der beken gaat aldus buiten de grachten om naar de Eem of het beneden kanaalpand en men zal, door een steeds mogelijke aftapping uit het bovenkanaalpand, slechts hebben te zorgen, dat er voldoende water voor doorspoeling in de grachten blijft circuleeren, zonder dat dit tot ongewenschte opstuwing aanleiding geeft.

Aan verlaging van het Luiaardpeil te Amersfoort, wat door wegruimen

Sluiten