Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de afstand tusschen Rijn en Waal op dat punt zijn minimum bereikt en zich dus de invloed van de nabijheid der rivieren op het middendeel der Betuwe sterker doet gevoelen dan meer boven- of benedenwaarts. Indien er dus hier in het terrein plekken zijn waar de kleilaag ontbreekt en de onderliggende zand- en grintlagen tot aan het terreinniveau doorgaan, dan zal daar kwel kunnen ontstaan.

In de eerste plaats zal dus de Lingè, die in de kleilaag is ingesneden, gevaar voor kwel opleveren, overal waar de bodem de doorlaatbare lagen dicht nadert of daarin valt. In het algemeen echter heeft de Linge in de Over-Betuwe een bed van klei. Tusschen Opheusden en Dodewaard komt het in veenachtige lagen en wordt eerst verder benedenwaarts meer en meer zandachtig. Het ligt echter voor de hand dat niettemin boven Dodewaard de Linge allicht eenig, direct uit den bodem in het bed opkwellend, water zal afvoeren.

Plekken waar de onderliggende doorlatende lagen aan den dag komen bevinden zich, in de buurt van het ontworpen kanaal, bij Randwijk, Zetten en Andelst, alle gelegen in een lijn ongeveer evenwijdig aan en op 3 a 4 K.M. afstand, oostelijk van het kanaaltracé, terwijl ook verder nog meer oostwaarts, bij Huisen en Lent dergelijke gedeelten voorkomen.

Een derde gelegenheid voor dergelijke opkwelling bieden de binnendijks gelegen kolken, ook wel wielen of waden genaamd, zijnde diepe kuilen, soms van groote oppervlakte, in het terrein onmiddellijk achter den dijk bij doorbraken ontstaan. Men vindt ze in de nabijheid van het kanaaltracé bij den Waalbandijk vooral tusschen Ochten en Dodewaard en ook meer in het midden van de Betuwe n.1. bij het Station Hemmen—Dodewaard, ongeveer een halve kilometer bewesten het kanaaltracé. Deze laatste zijn ontstaan tengevolge van doorbraken van den Nieuwen of Spanjaardsdijk, die in 1591 dwars door de Betuwe als verdedigingsmiddel moet zijn aangelegd, doch sedert is vervallen en ten deele opgeruimd.

Dergelijke kolken zijn te beschouwen als standpijpen in het groot met open wanden. Wegens de groote diepte die zij hebben, staan zij met den bodem en over een groot deel van hunne wanden in onmiddellijke verbinding met de zand-grintlaag en bieden dus alle gelegenheid voor bet doen opkomen van kwelwater. De kolk achter den Spanjaardsdijk bij Hemmen— Dodewaard ligt, volgens boring No. 58, in een terrein dat uit 5 M. klei bestaat, waarin eenig veen, waaronder 3 M. zand met weinig klei, rustende op een 8 M. dikke laag grintzand, waaronder dan weer het bontzanddiluvium begint. Volgens de nota der Commissie van Hoofdingenieurs, bijlage L van de Memorie van Antwoord betrekkelijk het wetsontwerp van 1878 tot aanleg en verbetering van eenige werken ten behoeve der binnenlandsche scheepvaart, moet de kolk bij Hemmen—Dodewaard een diepte van 21 M. hebben en staan de wanden dus over 13 M. hoogte in gemeenschap met de meest waterdoorlatende lagen.

De kolken zijn meestal omringd door zoogenaamde kwelkaden, die het opwellende water noodzaken eerst op zekere hoogte boven het maaiveld af te vloeien en die aldus, door het veroorzaken van een tegendruk, de kwel verminderen.

In de reeds genoemde nota wordt vermeld, dat de kwel in al deze kolken niet van groote beteekenis is en dat ze zich ook bij hooge waterstanden gunstig gedragen en dan weinig kwelwater geven, wat overeenstemt met

Sluiten