Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk met overtollige klei te dempen, dan wel door hoogere kwelkaden te omringen.

Andere middelen om dit soort kwel te bestrijden zijn er n.h.v. niet. Een afsluiting, ook van de onderliggende zand-grintlagen, b.v. door onder den dijk aangebrachte beneden de waterkeerende lagen reikende en diep doorgaande koffers of damplankrijen of iets dergelijks, zou niet aan te bevelen zijn, omdat zij de westwaarts gerichte afstrooming, die thans ongetwijfeld in de watervoerende lagen, evengoed als in de open rivieren, bestaat, zou stremmen en dan allicht, althans aan de oostzijde, eenige opstuwing zou veroorzaken, wat tot stijging van den gemiddelden grondwaterstand zou aanleiding kunnen geven, terwijl het aan den anderen kant de vraag is, of die belemmeringen, gegeven de groote diepte tot waar de watervoerende lagen doorgaan, wel eenig effect zouden hebben, waar toch in elk geval het water onder die als belemmering gedachte middelen, zou kunnen en moeten heen kwellen. Een bepaald afdoende verbetering van den toestand ware dus op deze wijze wel niet te verkrijgen.

Een kleibekleeding van den kanaalbodem, en voorzoover noodig van de wanden, zou den invloed van de hooge kanaalstanden op de vermeerdering van druk in de grintlagen kunnen neutraliseeren, daarentegen zou deze bekleeding aan gevaar voor oppersing blootstaan, bij kanaalstanden die beneden M. R. dalen.

In het algemeen is hier geen met redelijke kosten uitvoerbaar middel te vinden, dat voor alle omstandigheden afdoend effect zou hebben. Buitendien schijnt het beter die onderste watervoerende laag geheel ongemoeid te laten, vooral ook omdat de ondervinding reeds heeft geleerd, dat de hier bedoelde soort van kwel niet van overwegend belang is te achten.

Uit al het voorgaande moge blijken, dat tegen het maken van het verbindingskanaal dwars door de Betuwe uit een oogpunt van kwel geen noemenswaard bezwaar kan bestaan.

Sluiten