Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg met vaste brug over het kanaal en over de Bisschop Davids Grift; deze nieuwe weg begint bij het knooppunt van den straatweg Woudenberg—Ede met den weg genoemd sub. 6 en gaat Zuidwaarts van Veenendaal naar het knooppunt van laatstgenoemden weg met den grintweg Veeneind—Achterberg—Rhenen.

De weg sub. 6 kan als secundaire weg blijven bestaan en met een veer over het kanaal worden gevoerd.

De weg sub. 7 wordt langs de wegen over de kanaaldijken omgelegd naar de brug ten behoeve van den grooten weg sub. 8.

De weg sub. 8 wordt met een vaste brug over het kanaal gevoerd.

De wegen sub. 9 en 10 worden over de sluis bij Amersfoort gebracht op een hoogte van 6.10 M. -f N. A. P.

Afgesneden Wateren.

De Bisschop Davids Grift wordt herhaaldelijk door het kanaal gesneden.

Westwaarts van het kanaal wordt, in verband met het ontworpen fabrieksterrein langs den westelijken kanaaldijk, een secundair scheepvaartkanaal gegraven, (max. schip 600 ton). Vanaf het zuidelijkste snijpunt met de Grift tot aan den nieuwen weg ter vervanging van 6o. Hierop kunnen alle wateren west van het kanaal gelegen uitloopen.

Ter plaatse van het laatste snijpunt van de Grift met het kanaal (in de Bennekommer Meent) wordt in den westelijken kanaaldijk een- stelsel vaste bruggen gelegd (1 voor tramverkeer en 1 voor gewoon verkeer). Voor de tractie langs het kanaal dient een beweegbare brug te worden gebouwd.

Oostwaarts van het kanaal wordt daaraan evenwijdig een afwateringssloot gegraven, breed 9.00 M. op den waterspiegel, diep 1 M. welke sloot alle te snijden wateren opneemt en die op zooveel punten met het kanaal in verbinding kan worden gebracht als men dienstig acht.

De afwatering der Exonereerende landen geschiedt na de tot standkoming van het kanaal niet meer door de sluis aan de Roode Haan, maar rechtstreeks op het kanaal. Voor het gedeelte west van het kanaal zijn waarschijnlijk de verbindingen bij de Bennekommer Meent (zie boven) en bij de Boveneindsche Grift voldoende; voorzichtigheidshalve kan men nog rekenen op een duiker bij het eerste (meest zuidelijke) snijpunt van de Grift met het kanaal. Men voorkomt dan in ieder geval hinderlijke stroomingen in het secundaire scheepvaartkanaal.

Voor het doorspoelen der wateren van Veenendaal, die door fabriekswater sterk verontreinigd worden, kan men in droge tijden water uit den Rijn door een der riolen van de schutsluis bij Wageningen inlaten en dit bij den Rooden Haan door de Broekersloot op de Luntersche Beek aftappen. Het quantum daarvan kan als volgt worden geschat. Aannemend dat Veenendaal in de toekomst een aantal inwoners krijgt van 30.000 en het waterverbruik, met het oog op de industrie hoog stellend, n.1. 200 L. per dag en per inwoner, dan beteekent dit een waterverbruik van 6.000.000 L. of 6000 Ms. per dag. Veronderstelt men dat al dit water sterk vervuild op het openbaar water terecht komt ert men dit tienvoudig verdund op de Luntersche Beek wenscht te brengen, dan moet daarvoor in droge tijden worden ingelaten 60.000 M3. Men belast dan de Luntersche Beek met 0.5^^ = rond 700L.

24X.60X60

per seconde.

Sluiten