Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den H. Jozef. Hij wijdde zijne geschriften aan hem toe, hij hield slechts één prentje in zijn brevier, dat van den H. Jozef; hij sprak altijd van hem, als van zijn vader; hij kon niets weigeren, in zijnen naam gevraagd. En eens « zeide hij tot iemand: „Weet gij niet, dat ik geheel en al den H. Jozef toebehoor." Gelukkig gij, indien gij hetzelfde kunt zeggen.

TWAALFDE DAG.

„Jozef hield in zijne armen en omhelsde den Zoon Gods in de menschelijke gedaante van een klein kind; hij bewees Hem duizend diensten, wel wetend, dat dit Kind God was. Wie zeide hij, heeft mij de eer aangedaan, dat de Zoon des Allerhoogsten, mijn Zoon zou zijn? De kroon van David is mij teruggegeven, nu de Heer der Koningen „in mijne armen is komen rusten." (St. Ephrem. Serm. in Nat. Dom.)

Bemin Jezus en Jezus zal met u blijven.

Voorbeeld. — De meest toegewijde persoon, dien de H. Jozef ooit had en zal hebben, is Hij, Die hem het beste kende, namelijk Jezus. Gedurende dertig jaren was Hij hem onderdanig; Hij gehoorzaamde Hem, Hij eerde en beminde Hem met al de gehechtheid van een kind tot zijn vader.

Hij heeft ons een voorbeeld gegeven, opdat wij zijne voetstappen zouden drukken.

Sluiten