Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne kroon afnam en haar plaatste op het beeld van den H. Jozef, terwijl hij alle onderdanen toewijdde aan dezen grooten Aartsvader, zoodoende het geheele rijk onder de bijzondere bescherming van dezen Heilige stellend.

VIJFENTWINTIGSTE DAG.

De H. Kerk verklaart van den H. Jozef, dat God zelf hem tot Heer van zijn huis en tot Vorst van al zijne bezittingen heeft gesteld. (Brevier.) Dit ambt van den H. Jozef brengt hem in rechtstreeksche betrekking met elk waar Christen. Wat kan immers deze Heer en Vorst zoozeer verlangen, als de heiligmaking der zielen, welke deel uitmaken van Christus' Kerk en Zijne dierbaarste bezittingen zijn.

Voorbeeld. — Keizer Leopold 1 koos den H. Jozef tot Patroon van het Oostenrijksche Huis. Hij richtte te zijner eere een standbeeld op van zuiver zilver en liet openbare processies houden gedurende acht achtereenvolgende dagen, om den H. Jozef te bewegen, een erfgenaam voor zijn troon te verkrijgen. Zijn gebed werd verhoord en hij noemde zijnen zoon Jozef. Tot dankbaarheid wenschte hij een tweede beeld op te richten ter eere van dezen Heilige, doch hij stierf, voordat hij het kon ten uitvoer brengen.

Zijn zoon volbracht zijne belofte den 19en Maart 1709.

Sluiten